Tuinderij de Es: het eigenaarschap van de toekomst

Voor mijn onderzoek spreek ik met boeren die alternatieve financieringsvormen in de praktijk hebben gebracht. Ik bundel al deze ontmoetingen in een portretserie die als basis zal dienen voor ‘best practice guidelines’ voor alternatieve financiering in de landbouw. Zo kunnen ook andere boeren en investeerders leren van deze ervaringen. Tuinderij de Es laten zien hoe burgers partner kunnen worden in je onderneming.  

“Het leukste aan mijn werk als onderzoeker vond ik altijd de keukentafelgesprekken met boeren,” biecht Bart Pijnenburg op. Ondertussen is hij samen met zijn partner, Daniella de Winter, zelf boer. Tuinderij de Es is hun bedrijf: een tuinderij met een zorgtak. Nu zijn de rollen omgekeerd en interview ik Bart en Daniella over hun slimme manier van financieren, geïnspireerd op een eeuwenoude constructie met potentie voor de toekomst.

Bart en Daniella

Een eeuwenoude financieringsvorm
Bart en Daniella moesten inventief te werk gaan om de tuinderij te kunnen kopen. De ondernemers hebben gekozen voor het portiehouder-systeem, geïnspireerd door College de Malen op het Hoogland, een eeuwenoud genootschap van grondeigenaren. Ze zijn de eerste in Nederland die deze financieringsvorm in de praktijk hebben gebracht, althans in deze tijd.

Burgers aan zet
Na mijn kennismaking met de Remeker Landcoöperatie, die werkt met certificaten van €25.000, ben ik op zoek gegaan naar andere laagdrempelige burgerparticipatie-constructies. Het portiehouder-systeem van Bart en Daniella lijkt hier een mooie aanvulling op te zijn. Ik vraag Bart naar hoe ze dit systeem ontworpen hebben.

Aan de keukentafel

Daniella: “De tuinderij kostte 4 ton. We hebben er €200.000 eigen vermogen ingestopt.” “Voor de andere €200.000 hebben de oud eigenaren ons een lening verstrekt. Om die schuld af te lossen hebben we het portiehouder-systeem gebruikt. De constructie is dat we 250 porties van €1000 hebben uitgegeven. Er is al €140.000 van opgehaald op deze manier. We wilden zelf onderdeel van het systeem zijn. Daarom kochten wij samen ook 50 porties. We moeten dus nog 60 porties verkopen,” legt Bart verder uit.

“De portiehouders leggen €1000 in of het meervoudige daarvan,” vertelt Bart. “Er wordt niet afgelost aan de portiehouders, maar wel rente betaalt. De rente kan drie verschillende vormen aannemen: 1.5% rente in geld, 3% rente als winkeltegoed, 5% rente in de vorm van een jaarlijks diner. En met het geld dat we ophalen met de verkoop van de porties betalen we dus de schuld af die we bij de oude eigenaren hebben uitstaan.”

“Samen met de notaris hebben we in de stukken vastgelegd dat we exploitatie op, en eigendom van de grond van elkaar scheiden. Je hebt het vermogen in de vorm van grond en gebouwen en vermogen in de vorm van de inventaris en bedrijfsmiddelen. Grond en (een deel van de gebouwen) zijn ondergebracht in de stichting van portiehouders, die ook verantwoordelijk is voor de werving van portiehouders. De onderneming, dat zijn Daniella en ik. Wij moeten zorgen dat hier geld wordt verdiend, dat we een inkomen hebben en dat we er ook nog een pensioen uit kunnen halen. Op deze manier hoefden we niet al het vermogen zelf op te hoesten, wat de koop van de tuinderij heeft mogelijk gemaakt.”

De financieringsvorm van Tuinderij de Es: het portiehouder-systeem

Jullie gaan creatief om met het idee van eigenaarschap. Dit is namelijk opgesplitst in economisch en juridisch eigenaarschap. Kunnen jullie mij vertellen wat precies het verschil is en waarom dit belangrijk is?
“De portiehouders zijn economisch eigenaar van de tuinderij. Zo voelen mensen zich echt betrokken bij de onderneming,” legt Bart uit. “Wij kunnen wel volledig beschikken over de grond en opstallen en de portiehouders hebben geen zeggenschap over de bedrijfsvoering. Ook dat hebben we zo vastgelegd. Het juridisch eigenaarschap ligt echter bij ons, in het kadaster vindt je onze namen als eigenaar van de percelen.”

Het hele systeem klinkt veelbelovend en zorgvuldig uitgedacht. Zijn er nog nadelen aan deze constructie?
Bart: “De stichting is verantwoordelijk voor de werving van portiehouders, maar dit blijft veel energie en tijd kosten: het communiceren met mensen, het netjes registreren. Je moet ze wel één voor één binnen harken. Dat is het nadeel van dit systeem. Op zo’n crowdfundingplatform is alles geautomatiseerd. Wij moeten het nog heel veel zelf doen.”

Hebben jullie nog weerstand ervaren van regelgeving toen jullie het portiehouder-systeem aan het opzetten waren?
Bart: “Ja. De regels van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zijn beperkend. Je mag geen bank spelen, je mag geen geld ophalen of een advertentie zetten ‘koop uw portie’. Ik snap wel dat de overheid de burger wil beschermen tegen dit soort dingen. Maar een bankvergunning of een AFM toets is heel kostbaar. En voor ons betekent het dat we, zonder die vergunning, alleen in besloten kring mogen werven.”

Zou elke boer zo’n financieringsvorm zoals die van jullie kunnen gebruiken?
“Ja, dit is een constructie die opschaalbaar en herhaalbaar is,” zegt Bart met overtuiging. “Dit zou ook voor grote bedrijven kunnen gelden. Je moet als boer daar wel de geschikte persoon voor zijn, open staan, volop willen communiceren en mensen willen ontvangen.”

Barts antwoord verbaast me niet. De meeste boeren die ik heb gesproken voor mijn onderzoek gaven aan dat het karakter van de boer bepalend is in de keuze in voor een bepaalde financieringsvorm. Samenwerking met burgers blijkt populair te zijn; het initiatief Herenboeren en de Remeker Landcoöperatie zijn veelbesproken. Boer Jan Huijgen ziet potentie voor opschaling van het portiehouder-systeem en ontwerpt, as we speak, een nieuw model voor burgerboerderijen.

Terug naar Bart. Als het opschaalbaar is, wat draagt dan bij aan het succes van deze financieringsvorm?
“De rente is wel erg laag bij de bank. Het is niet echt aantrekkelijk om spaargeld op een spaarrekening te laten staan. Daarmee wordt ons product natuurlijk aantrekkelijker. Het is een samenloop van omstandigheden, maar het helpt dat we een uitgebreid netwerk hebben opgebouwd. En dat we een vriendelijk bedrijf zijn, qua vormgeving en onze zorgtak. Dat zorgt ervoor dat mensen het ons gunnen. We zijn een lief bedrijfje,” deelt Bart.

Wat was de meerwaarde van deze constructie voor jullie, vergeleken met gangbare financieringsvormen?
Bart: “Het mes snijdt aan drie kanten zou je kunnen zeggen. Het heeft ons natuurlijk de financiering gegeven die we nodig hadden om het bedrijf te kunnen kopen. Daarnaast werk je mee aan een oplossing voor de opvolgingsproblematiek in de landbouw. Een opvolger hoeft een minder groot bedrag op te hoesten, omdat een deel van het vermogen in de stichting van portiehouders zit. En de meerwaarde zit in het netwerk van ambassadeurs dat je rondom je bedrijf creëert.” “Het zorgt voor draagvlak voor je bedrijf”, vult Daniella aan.

Bart en Daniella hebben het slim aangepakt. Investeerders aantrekken met het idee van eigenaarschap, zonder de zeggenschap over het bedrijf te verliezen. Een systeem wat maatschappelijk verantwoord boeren heeft mogelijk gemaakt voor hen. Met deze blog over Tuinderij de Es ben ik aan het einde gekomen van mijn portretserie over alternatieve financiering in de landbouw. Welke wijze lessen kunnen we uit al deze verhalen trekken? Wat zijn uitdagingen van alternatieve manieren van financieren en wat zijn de kansen voor verduurzaming van de landbouw? Hier zal ik in mijn volgende twee blogs meer over vertellen.

Beeld:                  Thomas Karanikas.© all rights reserved
Redactie:            Marieke Creemers (Slow Food Youth Network)
Auteur:                Susan Drion

2 gedachten over “Tuinderij de Es: het eigenaarschap van de toekomst

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.